|
Het poppenspel Zoals de aarde ons haar geheimen heeft prijsgegeven Daarom deze scriptie! 1. de pop in de loop der geschiedenis DE POP IN DE LOOP DER GESCHIEDENIS. De pop is zo oud als de mens. Immers, als we terugwandelen in de geschiedenis, komen we poppen tegen vóórdat er nog maar enige sprake is van cultuurcentra Uit opgravingen weet men, dat de pop ook toen al een rol vervulde in
erediensten en Dit is het enige wat we omtrent een mogelijk begin van het poppenspel weten. Ongeveer 3000 jaar geleden ontstaat het Chinees schimmenspel De marionetten stammen uit het oude Rome. De handpop is ontstaan uit de stok- en snaarpopppen. Bij het woord ‘handpop’ is men geneigd te denken aan de volkspop nummer 1: Jan Klaassen. Er zijn echter, gelukkig ook vele handpoppen "van den bloede".
De vrijbuiter. Het is opvallend, dat de geschiedenis vanaf het begin der jaartelling altijd opgehangen wordt aan die komische pop. Van haar, de Nederlandse grammatica ten spijt, kunnen we misschien beter van ‘hij’ spreken, "Het zijn de rebellen van de ernstige spelen die, hoewel ze er aanvankelijk niet in thuis hoorden, hoe langer hoe meer invloed kregen." Meestal kunnen deze poppen ook niet terug zien op een roemrijk voorgeslacht. Ze zijn namelijk vaak nabootsingen van komedianten of bekende kluchtspelers. Een van de eersten die op deze manier door het poppenspel onsterfelijk werd, is de gebochelde Vidusaka uit India. Als pop is hij de voorvader van Semar die, tussen de bedrijven van de ernstige, religieuze schimmenspelen optrad als tovenaar. Ook is hij de stamvader van Karagöz, een onbeschaafde Turks-Egyptische pop, die leefde van boert en jokkernij. Hem valt de weinig eervolle onderscheiding ten deel, voorloper te zijn van de latere Europese poppenkastpop zoals Jan Klaasen, Punch en consorten. Een soortgelijke pop ontstaat er in het oude Rome als afbeelding van de humorist Maccus. Deze twee zijn de enige twee, die voor zover mij bekend, nu nog met name bekend zijn. Er zijn er ongetwijfeld meer geweest, maar zij hebben toch de sterkst invloed uitgeoefend op het verdere verloop van de poppengeschiedenis. Zij waren het begin van het grote verval. Op Maccus na waren de Romeinse poppen aanvankelijk "heilige"poppen die in het begin klassieke drama’s opvoerden en later rond het altaar in de katholieke kerken bijbelse verhalen uitbeeldden. Op het Concilie van Trente wordt dit echter verboden. Dit is de tweede grote oorzaak van het verval. Immers, verbannen uit de kerk, vallen de poppen in handen van straatmuzikanten. In deze tijd zijn er verschillende Italiaanse steden straatcomedies die op o.a. markten en feesten kluchten opvoeren. Deze groepen zijn in de geschiedenis van het toneel, ballet en poppenspel bekend als "Commedia dell Arte." Er waren vaak beroemde toneelspelers aan verbonden. Deze lieten zich, zoals we vroeger ook al zagen gebeuren, uitbeelden als marionet. Eén van hen was Burattino. Hij was zo bekend, dat de poppen toen de naam ‘Burattini" kregen. De naam marionet komt pas in 1600 naar voren. Het zou "kleine Maria" betekenen. In het verdere verloop van de poppengeschiedenis neemt Venetië een grote plaats in. De verspreiding van het poppenspel begon namelijk vanuit
die stad. Venetië was omstreeks 1200 al het trefpunt van poppenspelers uit alle delen van Europa. Hier kreeg ook ieder land zijn nationale marionet, zoals Nederland zijn "Pickelhering" Engeland "Jack Pudding", Frankrijk "Jean Potage", Italie zijn "Signor Maccaronia" Duitsland "Hans Wurst". Het is wel opvallend, dat al deze poppen genoemd zijn naar gerechten waar het betreffende land beroemd om is. Ook buiten Venetië om zijn er poppen bekend geworden. In een Londens museum is in een Vlaams manuscript de afbeelding te zien van een poppenkast uit 1338. Dit is tweehonderd jaar vóór het kerkelijk verbod. Hoewel we weten dat er veel legenden, minstreelverhalen en heldensage vertoond werden, weten we toch niets van de middeleeuwse voorstellingen af. Er is geen stuk bewaard gebleven. Waarschijnlijk hadden de toenmalige stukken geen degelijke inhoud. We moeten bovendien niet vergeten dat de ‘schrijfconste’ praktisch alleen monniken voorbehouden was. Deze hadden het te druk met het bestuderen en overschrijven van oude boeken.
Het verval. Toen de poppen door een kerkelijk verbod (Concilie van Trente 1551) in handen vielen van de Commedia dell’ Arte en rondtrekkende zigeuners, verwaterde het poppenspel meer en meer. Enerzijds voerde men met de zo deftige poppen platvloerse en banale stukken op. Men maakte van de poppen kleine mensjes en van het spel een zo perfect mogelijke imitatie van het grote theater. Men vond er voldoening in deze onkunstige imitatie tot in het uiterste door te voeren. Hiermee verliest het spel eigenlijk zijn waarde. Immers, het poppenspel is een aparte kunstvorm. Het is juist zo mooi, omdat er meer mogelijkheden in zitten dan in het toneelspel. Wat de poppen ook doen, het is allemaal geloofwaardig. Het woord poppen omvat bovendien alles wat in het theater te zien is zoals: mensen, maskers, handen, voorwerpen, abstracties etc. Poppen kunnen doen wat acteurs nooit zouden kunnen doen en toch zijn ze ‘echt’. Dit heeft men lange tijd (en soms nu nog) niet begrepen. De marionetten werden showpoppen die ‘o, zo leuk’ toneelspelletjes opvoerden en ‘zo schattig’ konden dansen. Er zat echter geen leven in. Met de handpoppen was het nog erger. Zij dienden voor het volksvermaak. Rond 1900 bereikte het poppenspel echter zijn "point of return". Vóór die tijd is ons land echter een pop rijk geworden, die onze Pickelhering in het vergeethoekje heeft geduwd:
"Onze Jan Klaassen" Wie is die rare snuiter, die het zover geschopt heeft, dat hij min of meer het pars pro toto van het Nederlandse poppenspel geworden is? Is het niet zo, dat men over het algemeen onmiddellijk aan Jan Klaassen denkt als er over poppen gesproken wordt? Er zijn vele verhalen omtrent Jan in omloop. Hij blijft echter een historisch raadsel. Waarschijnlijk is het een samenvoeging van verschillende feiten die "onze Jan" gemaakt hebben. Het verhaal van de poppenkastbaas, die beweert een nakomeling van de heer Klaassen te zijn, kunnen we sowieso uitschakelen. Deze man vertelde dat zijn voorvader de echte Jan was en dat hij in Amsterdam zijn huiselijk leed vertoonde in de poppenkast. Een betrouwbaar pad gaat terug naar Thomas Asselyn. Volgens een ander verhaal is het de linnenwever Jan Claassen uit de Anjelierstraat in de Jordaan. In 1686 trouwde deze Jan met Catharina Pieters. Het was een zeer ongelukkig huwelijk; de Amsterdamse bevolking was er getuige van dat het meubilair tijdens één van de echtelijke ruzies naar buiten gesmeten werd, want Catherina was "in dronkenschap verloopende ende in separate huishoudinghe leevende." In 1706 werd het scheidingsproces gehouden tot groot vermaak van de Amsterdammers, Er is nog een mogelijkheid. Jan Klaassen zou in 1662 ontstaan zijn in de poppenkast. Door een of andere "genieuze" inval bij een spullenbaas zou Jan ineens gemaakt zijn. In die tijd echter is nog helemaal geen sprake van het verboden toneelstuk van Thomas Asselyn. Dit werd pas in 1685 door de burgemeester van Amsterdam voor openbare vertoning verboden. De Jan Klaassen uit de Anjelierenstraat was toen hoogstens een klein peutertje; hij trouwde eerst in 1686. Volgens deze bron dus ontstond Jan buiten de twee andere Jannen om. Het poppenspel, waar deze Jan in optrad, was evenals het latere stuk van Thomas Asselyn, felsatirisch. De Mennisten werden er danig in bespot en verschillende mensen zoeken een verband tussen
de dood en de ‘fijnen’; Het is een opvallend feit, dat in later verschenen tekstboekjes en op vele prenten "Jan Klaassen" uitdrukkingen en stopwoorden gebruikt uit het toneelspel van Thomas Asselyn. Als het verhaal van Jan uit 1662 waar is, dan bestond er dus een zeer hechte band tussen deze Jan en de Jan van het latere toneelspel. Het zou dan zelfs niet onmogelijk zijn, dat Thomas bij het zien van deze Jan geïnspireerd werd tot ‘zijn’ Jan, zoals Goethe werd geïnspireerd bij het zien van Faust in een poppenspel. Al met al kunnen we dus van Jan het volgende zeggen: Later werd hij een nationaal figuur.
De poesjes. Op verschillende plaatsen vinden we nog overblijfselen van oude poppenspelen. Er zijn er in België b.v. de Poesjenellen. De vorige eeuw ontstond er een Poesjenellenkelder in Antwerpen. De stukken die daar werden opgevoerd waren typisch Vlaams. Er is echter een grote overeenkomst tussen Vlaamse poesjes, de oud Italiaanse kerkspelen en de Siciliaanse marionettenspelen, wat betreft de vorm, de methode en de techniek. Het zijn over het algemeen vrij grote, primitief gesneden poppen met een heel eenvoudig bewegingstechniekje. Soms lopen er draden naar een, of naar beide armen. De bewegingen blijven echter gebrekkig. Het literaire Poppenspel. Het hedendaagse poppenspel is ontstaan uit de repertoire–verschuiving die is begonnen vanaf het ogenblik dat de Franse barones Dudevant-Dupin, op het idee kwam een reeks parodieën te schrijven voor de handpop. Ze schreef ze voor de vele gasten die ze in haar landhuis ontving. Het Franse poppenspel, dat in die tijd meer populair was maar niettegenstaande mensen als o.a. Laurent Mourget geen behoorlijk repertoire had kunnen geven, kreeg zo een literair karakter. George Sand schreef de stukken samen met haar zoon Maurice, die later de leiding nam van het Theatre des Amis waar hij tot 1889 triomfen vierde. Rond deze tijd vierde ook het schimmenspel in Frankrijk hoogtij. Vooral door de geniale Henri Rivière, die in "Du Chat Noir"zijn schaduwen vertoonde. Het gevolg hiervan was, dat er in Frankrijk vele literaire en moderne poppenspelen ontstonden, onder leiding van dichters, schilders en musici als o.a. Duranty, De Neuville en Signoret. Ook in Duitsland zien we een verandering optreden in het spel. Hier moet vooral de edelman Franz Graf Pocci genoemd worden. Deze verrichte in samenwerking met de Munchener "pappa" Schmid de Kasperl van de jaarmarkt met een repertoire, waaruit de hedendaagse poppenspelers nog altijd kunnen putten.
‘De grote omwenteling’ Na de reeds genoemde voorlopers, George Sand en Graf Pecci zijn we rond 1900 over het dode punt. De grote vernieuwer en herontdekker van het poppenspel is Richard Teschner geweest. Hij liet de traditie varen en benutte iedere mogelijkheid. Mogelijkheden waaraan het poppenspel zo rijk is, maar die men nooit heeft willen zien. In het begin experimenteerde Teschner met wajangpoppen die hij in Den Haag had opgeduikeld. Later, omstreeks 1912, ontwierp hij een aantal fijnzinnige droomspelen voor zijn Weense stokpoppen. Hiermee begon hij zijn Figurenspiegel te vertonen met uiterst verfijnde poppen, geprojecteerde decors en ongelooflijke mooie sprookjes. Hij heeft gelukkig weinig navolgers gehad; wel werden er velen door hem geïnspireerd, zoals Sophie Taeuber uit Zürich. Zij experimenteerde met marionetten van kralen, klosjes, papier en veren. Yves Joly deed het met handschoenen aan. Hij vertoonde een liefdesdrama met wandel-stokken en een misdadig verhaal met stukken papier. Een van de poppenspelers, die het spel wist te vernieuwen en in oorspronkelijke banen te leiden, is
de overbekende Russische professor Serge Obrastzov.
Het literair spel in Nederland. In ons land volgden de marionettisten aanvankelijk nog de weg van het oude theater. In deze dagen ontstond ook de mening dat poppenspel onkunstzinnig en marionettenspel hoogst artistiek was. Waarschijnlijk is dat gekomen omdat de tijd van de decoratieve kunst grote waardering had voor de ietwat sentimentele marionet. In het begin gaven alle marionettisten een goed programma, maar terwille van het van het publiek zakten zij al gauw af naar de imitatie van toneel en opera. Zodoende is Nederland lang achtergebleven. Een belangrijke vooruitgang was de stichting van de Hij is een bekend man in de toneelwereld, deze oud-leider van De tijd was echter niet gunstig voor marionetten, bovendien was Roelvink geen geboren poppenspeler. In 1923 opende Bert Brugman zijn marionettentheater in Amsterdam. Op 9 oktober 1964 nam hij afscheid van zijn theater. Vanwege zijn verdiensten is hij benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. Tussen de beide wereldoorlogen, toen het praktisch iedereen mislukte een theater te stichten, heeft hij het ondanks de grootste moeilijkheden toch gered. Hij vernieuwde en perfectioneerde het theater en schiep een omvangrijk repertoire. In 1933 begon Guido van Deth in Den Haag met handpoppen. Het was voor hen een zware opgave om hun repertoire, hun poppen, hun techniek en hun artistieke bedoelingen te verdedigen, omdat ze door een muur van vooroordeel moesten breken. De vernieuwing van het marionettenspel. Deze vernieuwing is in Nederland tot stand gekomen door Feike Boschma. In 1935 experimenteerde hij reeds op veertienjarige leeftijd met zijn wonderlijke karakteristieke poppen en marionetten. Feike weet wel met een lapje of een propje een fascinerend spel te geven. Pedagogisch spel. Er bestaat een groot verschil tussen poppentheater en poppenspel. De techniek buiten beschouwing gelaten is de eerste altijd een vorm van toneelspel. Men vergelijke hiervoor b.v. Bert Brugman’s Poppentheater met het poppenspel van Cis van Boert. Poppenspel betekent meestal handpoppenspel, waarbij de speler zich steeds vereenzelvigt met de poppen. Hij is zijn eigen voor- en tegenstander. Als we kinderen met handpoppen laten spelen, kiezen ze altijd twee rivalen uit: een heks en een fee, een ridder en een rover, Jan en Katrijn. De poppenkast is hèt middel om geremde kinderen los te laten komen.
(Dit geldt overigens ook voor volwassenen). Want, hoewel veel kleuterleidsters en onderwijzers een Het is n.l. niet zo eenvoudig als ze wel denken. Het maakt het spel helemaal dood en het is de vraag of het nog enig nut heeft. Het heeft niet de minste zin Jan Klaasen te laten zeggen dat
je verkeer van rechts voorrang moet geven en bij rood licht moet stoppen. Immers, eerst was hij de ruwe, onbehouwen Jan die lak had aan alles wat in de verste verte leek op goede deugden, orde en gezag, maar tegenwoordig is hij de sociaal bewuste mens, vol maatschappelijke deugden en een en al ordelijkheid. We rennen zo van het ene in het andere uiterste. Het poppenspel is een vorm van kleinkunst. Het is onze taak de jeugd vertrouwd te maken met deze vorm van kunst. De speler die deze taak op zich neemt, moet daarom bekwaam zijn in deze kunst. Hij moet het spel beheersen en gevoel hebben voor aankleding, decorbouw en belichting. Herleving van de altaarspelen Zoals we reeds gezien hebben, werd door het college van bisschoppen, bijeengeroepen in het concilie van Trente, de ban uitgesproken over de pop. Hij werd de kerk uitgezet. Waarom? Waarschijnlijk om dezelfde reden die men nu heeft voor het laten verdwijnen van veel beelden. Men hield zich echter niet overal aan dit verbod. Het is bekend, dat het marionettenspel in Frankrijk tot in de 17e eeuw gehandhaafd bleef; in de Jacobuskerk in Dieppe speelden poppen en mensen op Maria hemelvaart tot het jaar 1647. Dan schijnt het religieuze spel voorgoed uitgestorven. Nu echter, in de tijd dat de kerk ook haar gestorven taak, cultuurverspreiding, weer nieuw leven inblaast door o.a. het verzorgen van toneelspelen in de kerk, nu verschijnt ook ineens weer het altaarspel. De grote man hiervan is Jan Nelissen, die in de poppenwereld bekendheid geniet door het oprichten van een poesjenellenkelder in Maastricht, later overgenomen door Pieke Dassen, en die nu een poppentheater heeft in Amstelveen. In samenwerking met de pastoor en de kapelaan van de Augustinuskerk in Amsterdam ontwierp hij een passiespel. Het spel werd opgevoerd met Feike Boschma en is gebaseerd op de oude altaarspelen. De taferelen zijn door statige muziek, zoals de klaagzangen van Jeremias en Koraalmuziek met elkaar verbonden. Zal dit spel, gelijk vroeger weer een traditie worden? Wat zou een leerling ervan terechtbrengen zonder leermeester? Mijn dank gaat dan ook uit naar de volgende personen, wier hulp mij onontbeerlijk was en bovendien zeer aangenaam. Bij het schrijven van deze scriptie is ‘volmaaktheid’ niet mijn doel geweest. Het poppenspel geen afgerond geheel, voor wie meer wil weten over
poppenspel
|
|
trybe#manhattan
gaingate#manhattan |