De bevolking en haar
ontspanning in
1966
scriptie pedagogische academie: cultuur & maatschappij
Waarom een scriptie over Noordwijkerhout?
Wel….,
omdat dit dorp je niet
meer loslaat als
je er bent opgegroeid.
Om misvattingen te
voorkomen:
Als er sprake is van
Noordwijkerhouters,
worden Noordwijkerhouters in bijzondere
Is dit niet het
geval, dan is de context duidelijk genoeg.
Daar herkent u zichzelf wellicht.
1: Demografische
aspecten
Leeftijdsopbouw
Economische beroepsbevolking naar bedrijfstak
Het gezinsleven
1. Demografische aspekten.
Hoewel we weten, dat het dorp in 1834 ruim 400 inwoners telde,
is het
jaar 1880 een pas goed uitgangspunt voor een analyse van de
bevolkingsgroei.
In dat jaar
werd begonnen met een regelmatige en nauwkeurige administratie
van de gehele Nederlandse bevolking. Dus ook van de Noordwijkerhoutse,
die zich meer dan 2000 jaar geleden ontwikkelde vanuit
een Wieg
der Kaninefaten.
Op
1 januari 1880 telde Noordwijkerhout 1500 inwoners.
In 1957 werd de tienduizendste ingeschreven.
Zoals op tabel 1 te zien is, is de groei van Noordwijkerhout groter dan
de gemiddelde groei van Nederland. Ook
komt ze boven het streekgemiddelde uit.
Dit
is te verklaren door de oprichting van enkele “gestichten”, zoals ze in het
dorp
vanaf het begin genoemd werden.
Het
zijn: de kostschool en weeshuis “De Voorzienigheid”
Het St. Clemens Retraitehuis.
De
neutrale kostschool “’t Hoogt”
Psychiatrische
Inrichting St. Bavo
Kostschool/seminarie “de Leeuwenhorst”
Tot
1895 verliep de bevolkingsgroei trager dan in de streek en in geheel Nederland.
Dit was te wijten aan een vertreksaldo dat meer dan 50% bedroeg
van de gehele
natuurlijke aanwas.
te verdienen na "de grote afzanding" van 1834
voor de spoorlijn Haarlem-Leiden.
Na
deze tijd breekt er voor de gehele streek een periode aan van snelle groei.
Er ontstond een behoefte aan arbeidskrachten, vooral als gevolg van de
uitbreiding
van de toentertijd nog arbeidsintensieve bollencultuur.
Deze behoefte nam in sneller tempo toe dan de aanwas van de bevolking.
Zo
trad in deze periode in de gehele bollenstreek een vestigingsoverschot op
dat 30%
bedroeg van de natuurlijke aanwas.
In Noordwijkerhout bedroeg dit cijfer zelfs 50%.
Van
1910 tot 1920 is er echter in de bollen/duinstreek
weer een vertraging merkbaar in het groeitempo.
In
Noordwijkerhout breekt nu daarentegen een tijd aan van versnelling.
Dit komt
voornamelijk door de stichting van enkele instituten.
In
1906 werd de neutrale kostschool “’t Hoogt” gesticht,
in 1910 het St. Clemens
Retraitehuis, in 1914 de Psychiatrische Inrichting “St. Bavo”
en in 1918 het
vormingscentrum “De Vonk.”
Van
hoeveel invloed de oprichting in die jaren was, is niet meer na te gaan.
Het
vestigingsoverschot overtrof in deze jaren echter het geboorte-overschot met
25%.
Ook de kostschool annex weeshuis, De Voorzienigheid, opgericht in 1865,
onderging in deze jaren enige uitbreiding.
Op 1 februari 1965 bedroeg het aantal mensen dat door deze instituten staat
ingeschreven in de burgerlijke stand van Noordwijkerhout 1.653.
Het totaal
aantal ingeschrevenen was 12.654.
Eerst
in 1930 verloopt de groei weer evenredig aan de gehele streek.
Tijdens
de laatste oorlogsjaren zien we op tabel 1 een daling.
Dit komt voornamelijk
door de evacuatie van de bewoners van St. Bavo. naar Rotterdam,
"dat al
gebombardeerd was.”
Tabel
2: Leeftijdsopbouw in procenten, ontleent aan het E.T.I. & Stuart.
|
|
1920 |
1947 |
1960 |
|||
|
|
nwh |
nl |
nwh |
nl |
nwh |
nl |
|
0-14 |
36,04 |
32,60 |
36,59 |
29,28 |
35,8 |
30,8 |
|
15-29 |
58,97 |
61,51 |
58,49 |
63,62 |
24,2 |
22,5 |
|
30-44 |
16,2 |
18,9 |
||||
|
45-64 |
15,3 |
19,9 |
||||
|
65+ |
4,99 |
5,89 |
4,92 |
7,10 |
5,2 |
8,0 |
Leeftijdsopbouw.
Noordwijkerhout
heeft een relatief jonge bevolking.
De leeftijdsklassen tot en met 29 jaar zijn sterk vertegenwoordigd.
Daarentegen zijn de oudere leeftijdsklassen minder sterk bezet.
Een opvallend verschijnsel is de grote stabiliteit in de verdeling van de
bevolking
over de diverse leeftijdsklassen.
Uit bevolkingspiramiden bleek duidelijk, dat de opbouw
vanaf 1920 praktisch dezelfde is gebleven.
We zouden hier dus kunnen spreken van een structuurelement.
In de leeftijdsklassen
tot en met 29 jaar blijkt ook nog een
zeer grote concentratie in de leeftijdsklassen tot 15 jaar.
Het gevolg hiervan
voor de gemeente komt later nog ter sprake.
We zien dus dat,
terwijl het aantal kinderen beneden de 14 jaar in Nederland relatief afneemt
en het aantal 65 jarigen en ouderen toeneemt,
er in Noordwijkerhout van dit verschijnsel géén sprake is.
De economische
structuur.
In hoeverre neemt
Noordwijkerhout productief deel aan het economisch leven in Nederland?
Volgens de laatste gegevens oefent 33,6% van de totale bevolking een beroep
uit.
In Nederland is dit 40,2%. Men kan uit deze getallen de volgende conclusies
trekken:
Er zijn veel mensen die ouder zijn dan 65 jaar.
Er zijn veel niet werkende jongeren.
Er heerst veel werkeloosheid.
lager dan in
geheel Nederland.
Bovendien ligt het percentage van de mensen die
nog werken op ruim
37%. Voor Nederland daarentegen op 35%.
Ad 2: Voor de
bevolking jonger dan 30 jaar oefent van de mannen 41.8% en van de
Vrouwen
76,5% een beroep uit.
Voor Nederland zijn deze getallen respectievelijk 32,5% en 61,3%.
Ad 3: De
werkeloosheid draagt evenals in de hele Bollenstreek
het karakter van seizoenswerkeloosheid.
We vinden hier een winterwerkeloosheid.
Immers, vóór de
winter moeten de bollen in de grond zitten en hierna
is er niet veel te
doen. ’s Zomers daarentegen is er weer volop werk.
Zodoende vinden we
hier in de winter veel mensen zonder werk en ’s zomers een te
verwaarlozen
aantal. Hiervoor verwijzen we naar tabel III.
In
1964 waren er in januari 360 werklozen en in juni 29 in de gehele bollenstreek!
We moeten dus in
de drie bovenstaande punten geen verklaring proberen te zoeken.
Na enig zoeken
kwamen we tot de volgende twee conclusies:
-
De grote concentratie in de leeftijdsklasse tot 15
jaar heeft tot gevolg, dat het aantal personen in de productieve leeftijd
relatief veel lager is dan in Nederland.
- De psychiatrische inrichting, met ongeveer 800 volwassen patiënten, verlaagt dit cijfer eveneens zeer sterk.
De
andere instituten oefenen een nauwelijks merkbare invloed uit op dit cijfer
door hun gering aantal personen dat geen beroep uitoefent.
We
kunnen nog wel de conclusie trekken dat de Noordwijkerhoutse bevolking op
relatief jeugdige leeftijd begint te werken en hiermee in belangrijke mate nog
doorgaat na het overschrijden van wat algemeen als pensioengerechtigde leeftijd
wordt beschouwd.
Economisch
gezien is de ontwikkeling van Noordwijkerhout zeer gezond te noemen.
De agrarische bedrijfstak is zich, zeker wat betreft de bollenteelt
gunstig aan het ontwikkelen,
het toeristische bedrijf gaat steeds sneller vooruit,
terwijl ook de industrie zich aan het uitbreiden is.
Gezien
het ruimtegebrek in de Randstad is het echter niet denkbeeldig,
dat het voortbestaan van de bollenteelt in gevaar komt.
Immers, bij uitbreiding van de industrie zal er niet alleen grond nodig zijn
voor bedrijfsgebouwen.
woningbouw zal nog meer grond opeisen, wanneer de woonfunctie van de streek
zich sterk zou gaan ontwikkelen. Ook de andere dorpen in de streek breiden
sterk uit.
Daarnaast
kan uitbreiding van de industrie door wegzuiging van arbeidskrachten
de seizoensarbeidmarkt verstoren.
Indien
we er van uitgaan dat goede bollengrond niet aan zijn huidige bestemming mag
worden onttrokken
- er is immers nergens in Nederland betere grond voor bollen dan in de
Bollenstreek, wordt gezegd -
dan zal de uitbreiding van
inwoneraantal en niet agrarische bestaansmiddelen met overleg moeten
geschieden.
Buiten
de grond is er ook nog de waarde van de bloembollenexport.
In het exportseizoen 1963/64 was de totale waarde van de bloembollenexport f
277.428.184,-
Het
aandeel van de gemeente Noordwijkerhout was hierin
3.27% oftewel: f 9.171.902,--.
de waarde van landbouwgrond als "groene long" is niet bekend.
Tabel
IV: Beroepsbevolking onderscheiden naar bedrijfstak in % van de totale
Beroepsbevolking
(1960).
|
|
landbouw |
nijverheid |
handel/verkeer |
diensten |
|
noordwijkerhout |
35,1 |
22,3 |
16,3 |
26,3 |
|
bollenstreek |
28,0 |
26,3 |
20,2 |
25,5 |
|
nederland |
10,7 |
42,2 |
23,1 |
24,0 |
De
beroepskeuze onderscheiden naar bedrijfstak.
Van
alle bedrijfstakken verschaft de landbouw nog altijd de meeste werkgelegenheid.
Ruim 1/3 van de totale beroepsbevolking vindt werk in deze sector.
(zie tabel IV.)
De
land- & tuinbouw maakt bovendien het bestaan van een aantal
toelevering- en
verwerkingsbedrijven mogelijk.
De verzorgende bedrijven (ambacht, verkeer, handel
en diensten) zijn eveneens voor een gedeelte afhankelijk van de koopkracht van
de agrarische beroepsgroep.
De
dienstensector komt op de tweede plaats,
omdat het aantal vrouwen dat werkzaam
is in “huiselijke diensten” nog groot is.
(29% van de vrouwelijke
beroepsbevolking) en
omdat "de Bavo” veel personen aantrekt in de genees- &
verpleegkundige dienst.
Handel,
Nijverheid en Verkeer zijn wat achtergebleven,
zowel in vergelijking met de
streek als met het landelijk gemiddelde.
Tabel V: Gehuwden naar leeftijdsklassen in % van de totale Beroepsbevolking.(1960).
|
vrouwen |
15-19 |
20-24 |
25-29 |
30-34 |
35-39 |
40-44 |
45-49 |
|
nwh |
0,1 |
28,6 |
68,3 |
82,6 |
85,6 |
84,0 |
84,4 |
|
nl |
3,6 |
40,1 |
78,5 |
86,2 |
86,9 |
85,5 |
82,2 |
|
mannen |
|
|
|
|
|
|
|
|
nwh |
0,0 |
9,0 |
43,6 |
82,2 |
89,6 |
92,5 |
93,0 |
|
nl |
0,5 |
16,5 |
62,6 |
83,8 |
89,1 |
90,6 |
89,9 |
Bij het bestuderen
van tabel V valt op, dat er in Noordwijkerhout aanzienlijk later
gehuwd wordt dan in Nederland als geheel.
Dit verschijnsel van de hoge huwelijksleeftijd is door Stuart en door het
E.T.I.
voor de hele streek vastgesteld.
Eén van de
oorzaken hiervan is de economische afhankelijkheid,
waarin de kinderen verkeren ten opzichte van hun ouders.
Voor een bollenkweker of veehouder betekenen zonen goedkope arbeid.
Als de zonen op een leeftijd van 20 jaar trouwen in plaats van wanneer ze 30
zijn,
verliest het bedrijf goedkope arbeid.
In veel
arbeidersgezinnen is het al niet anders. De kinderen dragen hun loon af
en krijgen
daarvoor kost en inwoning.
Ouders met een
eigen bedrijf kunnen hun kinderen er gemakkelijk toe brengen,
door ze te wijzen op de verdiensten die zij (door hun inspanning-nu) later zullen
plukken.
Voor de ouders uit
de arbeidersklasse is dit minder gemakkelijk.
Onder de zoons van landarbeiders, die in de industrie werken, vindt men dan ook
nog al wat jonge mensen met een opstandige mentaliteit.
Het verzet tegen het patriarchale ouderlijk gezag,
dat begonnen is met een verlangen naar economische zelfstandigheid,
keert zich later tegen de traditionele opvattingen van de ouders.
Als gevolg van het
groot aantal kinderen in de kwekersgezinnen en de schaarste aan grond
kunnen niet alle zonen een bedrijf
krijgen.
Op verschillende manieren probeert men een oplossing te vinden voor deze
moeilijkheid.
Soms leggen de zonen zich toe op de commerciële aspecten van het bedrijf.
Zij trekken dan als bollenreiziger naar het buitenland of beginnen
een aanverwant bedrijf als bloemenopkoper, makelaar of koelhuiseigenaar.
Sommigen emigreren
om in het buitenland een bollenbedrijf te beginnen.
Anderen gaan over naar niet-agrarische bedrijfstakken.
dikwijls een acuut generatieconflict ontstaan.
De jonge mensen vervreemden door hun werkritme
van het agrarisch milieu met zijn seizoenswerkeloosheid.
Zij komen in aanraking met bewoners uit een andere streken,
die er vaak ideeën op na houden die afwijken van de Noordwijkerhoutse.
Belangrijk is ook,
dat de vader van de zoons niet langer kan optreden als
de ervaren leider van het werk, die zijn kennis aan de jonge generatie
overdraagt.
Er is een opkomende technische industrie.
De vrijetijdsbesteding.
Het
ontspanningsleven in Noordwijkerhout kenmerkt zich de laatste jaren door regelmatig optredende
aanpassings-crises.
Sociaal-economisch heeft de gemeente, zoals we reeds gezien hebben, een zeer snelle ontwikkeling doorgemaakt, ingezet met de afzanding en versterkt door de ziekenhuizen.
De culturele
ontwikkeling heeft zich hierbij niet kunnen aanpassen.
We zouden kunnen
spreken van een ‘cultural lag’, een cultuurhiaat
De gemiddelde
Noordwijkerhouter verdient een goede boterham,
loopt er goed gekleed bij; de behuizing staat over het algemeen op een
behoorlijk peil,
maar het culturele niveau is laag.
Dit niveau kunnen
we onder meer sonderen in de plaatselijke bibliotheek annex boekwinkel.
De boekhandelaar vertelde, dat er in de winter, als de bollenkwekers over veel
vrije tijd beschikken, meer kaartspellen dan boeken worden verkocht.
Ook het genre dat
men leest is bijzonder illustratief.
De volwassenen lenen bij de bibliotheek,
die bijna 3.000 boeken in bruin kaftpapier met nummer op de rug omvat,
bij voorkeur detectives, wildwest stories en kinderboeken (voor zichzelf, niet
om vóór te lezen)
Voornamelijk de
jeugd leest echter.
Slechts de kinderen die op de U.L.O. of H.B.S. zitten vragen volgens de
winkelier “het betere soort
literatuur”.
Ook de “Raad van
Overleg”, bestaande uit acht vertegenwoordigers van de katholieke
arbeidersbond, de middenstand en de land- & tuinbouwbond, probeert de
mensen cultureel gevoel bij te brengen, door het organiseren van toneelavonden,
lezingen etc.
Dit streven vinden
we ook bij de Instuif, afdeling van de landelijke Instuif, die haar leden,
uitgaande van een film- & dansaanbod, tracht mee te nemen in een
cultuurplan.
Hierbij moet echter wel worden opgemerkt,
dat de lezingen die hiertoe werden georganiseerd
door gebrek aan belangstelling werden omgezet in kaartavonden.
In de Ireneschool
heeft men ook culturele avonden georganiseerd.
De belangstelling was echter te gering om door te gaan.
Het is een moeizaam proces en dat zal het voorlopig nog wel blijven.
Naast de
kaartavonden wordt een groot deel van het ontspanningsleven in
Noordwijkerhout ingenomen door verenigingsactiviteiten.
Wij treffen hier een veelheid van verenigingen aan gelijk in heel Nederland.
En zoals het nu eenmaal ons volk kenmerkt, gaat het verenigingsleven ook hier
gepaard met een neiging tot verbijzondering.
De verenigingen
kunnen het beste worden ingedeeld naar
de aard van hun doelstellingen.
Zo komen we tot:
Dergelijke verenigingen zijn er veertien.
Ze hebben bijna allemaal een jaarlijkse vergadering met bal na,
maar houden bijeenkomsten in besloten verband.
Daar ze eigenlijk weinig of niets toevoegen aan het algemene
ontspanningsleven, blijven ze hier buiten beschouwing
a.
R.K. Sportvereniging G.I.O.S 297 leden
b.
R.K. Voetbalvereniging St. Bavo (V.V.S.B.)
328 leden
c. R.K. Tafeltennisvereniging “Wilskracht” 34 leden
Deze
sportverenigingen staan de laatste jaren echter onder één bestuur.
Verenigingen gericht
op gezelligheid en religieuze waarden.
Hier kunnen we
onderscheiden
A:
Jeugdverenigingen zoals:
Verkenners, padvinders, welpen, gidsen, kabouters,
knutsel- en hobbyvereniging.
Deze tellen
gezamenlijk 284 leden.
B:
Muziekverenigingen
Christelijke
Muziekvereniging “Harpe Davids” 38 leden
R.K. Harmonie “St. Jeanne d’ Arc 63 leden
Zangvereniging
“Concordia” 32 leden
R.K.
Zangvereniging “Rokazano” 28 leden
C: De
Oranjevereniging 523 leden
D: De Toneelverenigingen
R.K.T.
“Meer vreugde” 27
leden
R.K.T. “Je amuseert je altijd”(jaja) 25 leden
R.K.T. “Ontspanning door inspanning” (odi) 32 leden
E:
De Feestverenigingen
Carnavalsvereniging
“De Kaninefaaten” 17 leden
Sociëteit “De Batavier” 13
leden
De Instuif
275 leden
Uit
de Middenstandsvereniging, het Middenstandscomité, de V.V.V.,
de “Harpe Davids”en de “St. Jeanne d’Arc” is een “Evenementencommissie”
gevormd.
Zoals de naam al aangeeft, beoogt zij het organiseren van evenementen.
Dit doet zij vooral om meer toeristen te trekken.
Al
deze verenigingen nu zijn voor hun contactavonden etc. aangewezen op 2 zalen.
Er zijn nog wel enige andere plaatsen, o.a. het jeugdhuis en hotel Zegers
(alleen heel kleine vergaderingen),
maar de behoefte is groter dan de voorzieningen.
Daarom is er het verlangen ontstaan naar een
dorpshuis.
De plannen hiervoor nemen inmiddels al vastere vormen aan.
Het
stiefkind van de gemeente is wel de sport.
In
het hele dorp vinden we welgeteld één kleine gymzaal.
Deze is bestemd voor vier scholen, de tafeltennisvereniging en voor de G.I.O.S.
Het gemis aan sportvelden doet zich gelden, er is er slechts één,
het voetbalveld van Sint Bavo, het psychiatrisch ziekenhuis.
Het r.k.
seminarie De Leeuwenhorst heeft een betere sportaccommodatie
dan de gemeente Noordwijkerhout.
Al
met al is het ontspanningsleven door te weinig mogelijkheden zeer armtierig.
Velen zoeken daarom hun ontspanning in de omliggende plaatsen (Hillegom,
Leiden, Noordwijk).
Afgelopen
jaar was het voor het eerst dat er in Noordwijkerhout ieder weekend
een gelegenheid was voor dans & vertier.
Dit is echter alleen ’s winters mogelijk, daar de ruimte ’s zomers
door het betreffende hotel gebruikt wordt als eetzaal.
Ten
dienste van het vermaak is er ook nog de bioscoop
van P.A. Brama,
die drie keer per week geopend is.
Het leven van iedere rechtgeaarde
Noordwijkerhouter
kent jaarlijks twee hoogtepunten:
de carnaval en de kermis.
Van heinde en verre stromen dan de oud Noordwijkerhouters toe
om met hun vrienden en familieleden deze feesten te vieren.
Een
duidelijke verklaring voor deze grote feesten en hun aantrekkingskracht is niet
te vinden.
Er zijn wel een paar punten ter verklaring aan te voeren:
1
– De tijd waarin deze feesten plaats vinden.
2 – De geaardheid van de bevolking.
Ad 1: De tijd waarin de feesten plaats vinden
De kermis wordt gevierd na het drukke bollenseizoen.
De bollen zitten weer in de grond.
Het zware werk zit er op.
Om met de Noordwijkerhouters te spreken:
“Daar moet op gedronken worden.”
Noordwijkerhouts Volkslied
op de wijs van "irene, good night"
Noord wij ker hou hou hout
Noord wij kerhout
Je bent de trots van heel de streek
Je bodem is van goud
ons "volkslied" is als een eeuwigdurend referein
in het ritme van eb & vloed
geschreven door de zee
(het
goud van noordwijkerhout)
De carnaval wordt zoals gebruikelijk gehouden voor de vasten en
voor het begin van het nieuwe bollenseizoen.
Men zou dit dus kunnen beschouwen als een warming-up, een
opkikkertje. Om weer fit aan het werk te kunnen.
Een Noordwijkerhouter zei na verloop van de laatste carnaval:
”Zo, me kennedur velopig wir teuge.”
Ad 2: De geaardheid van de bevolking
De doorsnee Noordwijkerhouter is een opgewekt en vrolijk mens,
sterk gebonden aan zijn familie en zijn buren.
Ze kennen elkaar ook allemaal.
Mensen die zich in het dorp vestigen, worden
als ze er zelf ook voor open staan,
meteen in de gemeenschap opgenomen.
Deze
scriptie beoogt enig inzicht
te geven in het Noordwijkerhout
zoals het zich nu voordoet.
Vele
problemen en onderwerpen zijn
niet ter sprake gekomen. Dit betekent
echter volstrekt niet dat die minder
belangrijk zijn of niet interessant
zouden zijn. De schrijver heeft
zich echter moeten beperken.
Noordwijkerhout
1966
jan van hensbergen
Ook
zijn:
Drs. C.J. Stuart C.S.S.P. met zijn boek:
“De Zuidhollandse bollenstreek”
en het Economisch Technologisch
Instituut met:
“Noordwijkerhout”
mij
van zeer grote waarde geweest.
Naar hen allen gaat mijn oprechte dank
uit.
Inhoudsopgave Noordwijkerhout 1966:
Demografische aspecten Leeftijdsopbouw
heb je ook iets over ons dorp: contact
irene goodnight
op zoek naar de verloren coupletten
van ons volkslied
tijdens de carnaval waren die regelmatig te horen
de teksten verwaaiden meestal in "la lala, la lala la lala...
omdat het windig kon zijn op de wagen.
zodra het referein weer begon,
kende iedereen zijn tekst weer:
noord wij ker hou hou hout,
noordwijkerhout,
je bent de trots van heel de streek;
je bodem is van goud.
wie kent er nog coupletten...?
bezoek trybe manhattan's
playlist noordwijkerhout
de roots van ons volkslied
liggen in mississippie